Kris

Nieuw stadshart voor Den Helder

Den Helder werkt aan een omvangrijke stadsvernieuwing. De geplaagde stad moet weer een stad aan zee worden. Aantrekkelijk voor zowel bewoners als bezoekers. Tegelijkertijd krimpt Den Helder. Voor NL Magazine sprak ik met directeur Robbert Waltmann van Woningstichting over Den Helder, stadsvernieuwing en de noodzaak voor kwaliteit.

De oesters van Jacob

‘Neem wat je wil!’ riep Jacob uit, terwijl ik de mij aangereikte menukaart aannam. Ik was een student planologie van begin twintig, hij was hoofd binnenstadsontwikkeling in Almelo. Even tevoren hadden we ons vergaapt aan een maquette van de nieuwe binnenstad die in Almelo moest verrijzen. In die wereld van schuim was de stad onherkenbaar. Niet omdat alles zo klein was, of zo blauw van kleur – meer omdat de stad zoals we die kenden was uitgewist en vervangen door woontorens en waterlopen. Prachtig zou het worden. Maar zoals op die maquette is het nooit geworden.

Een grootse traditie van maatwerk

De geschiedenis van de Nederlander en zijn polderland hangen nauw samen. ‘Het maken van nieuw land is een verrukkelijk narratief, dat heeft ons bepaald, het zit in ons DNA’, zegt landschapsarchitect Adriaan Geuze. Met hem sprak ik voor NL Magazine over de betekenis van het Nederlandse landschap, hoe we ermee omspringen, en de noodzaak van een deugdelijke planning. ‘We bejubelen het landschap, maar we wisselen het zonder problemen in als een zonnecel een kwartje meer oplevert.’

Charlottenburg

De zomernacht kleefde aan de stad, de warmte bleef maar tussen de huizen hangen en dreef me uit mijn kamer. Ik dwaalde door de straten van Charlottenburg, waar kalmte heerste. De buurt zat vol chic die zich bij nacht verstopte achter statige façades, de kroegen op de Stuttgarter Platz sloten al om een uur of één. Alleen in de straat voor het station, met zijn wederopbouwflats vol schotelantennes, schuurde de stad een beetje.

De nacht van Warschau

Een eenzaam stuk vuurwerk ontplofte voor het Paleis van Cultuur en Wetenschap. Sinds ik in Warschau was aangekomen, had ik mijn blik nauwelijks van het gebouw af kunnen wenden. Vanaf de straat, vanachter de hotelramen, vanuit de metrogangen omhoog komend, overal werd ik gegrepen door het verfoeide wonder van symmetrie, de koortsdroom van een ideaal. ‘s Nachts kroop ik uit bed om de gordijnen open te schuiven voor een laatste blik. Ik voelde me opgelaten, als was het een jongen die ik heimelijk bewonderde. Een schepping waarvan ik elke lijn, elke vlek, elke oneffenheid wilde registreren. In het donker was […]