Gidsstad

Voor Blauwe Kamer schreef ik de volgende korte column:

Onlangs luisterde ik een interview met de Vlaamse schrijver Joost Vandecasteele. Hij omschreef zichzelf als geografisch transseksueel. Iemand die niet in het verkeerde lichaam, maar op de verkeerde plek geboren is. Dat begreep ik wel. In mijn familie ben ik de enige geboren Almeloër.
Het is een rusteloze stad, Almelo. Niet zozeer omdat het leven er zo hectisch is – JC Bloem omschreef de stad ooit als ‘der gaten gatst’ – maar omdat ze maar blijft zoeken naar haar verhaal. Die rusteloosheid sloeg op mij over. Ik verhuisde nog vaak, maar kwam van de stad nooit helemaal los.
Na de teloorgang van de textielindustrie volgden golven van stadsvernieuwing elkaar op. De stad kreeg nauwelijks de tijd om aan zichzelf te wennen. Waar eens fabrieken stonden, verrezen winkelpassages die uiteindelijk vooral leegstand huisvestten. Het marktplein van Almelo is erdoor verworden tot een openluchtmuseum van goede bedoelingen.
Inmiddels is een nieuwe golf van stadsvernieuwing alweer begonnen. En terwijl overal in het land retaildeskundigen de pers te woord stonden over het onheil dat over onze binnensteden werd afgeroepen, werd in Almelo een eerste bouwhandeling verricht. Het project? Het ombouwen van de voormalige V&D tot appartementen. De V&D sloot er twaalf jaar geleden al.
Voor even had Almelo zijn verhaal gevonden. Het was een gidsstad.