Column Blauwe Kamer: Het land van de ander

Voor Blauwe Kamer schreef ik de volgende korte column:

Het was een vreemde gewaarwording om, daags na de overwinning van Trump, duizenden mensen in protest door de straten van Amerikaanse steden te zien trekken. In reacties op straat en op sociale media sijpelde, behalve zorgen over polarisatie en woede over retoriek, ook iets door van ongeloof te moeten leven in het land van een ander. Een ander met wie je weinig deelt; die weliswaar leeft onder dezelfde vlag, maar dáár, elders.
In reactie op de uitslag verklaarde de gouverneur van New York zijn staat een veilige haven voor minderheden en migranten. Een soortgelijk sentiment was na de Brexit in Londen te ontwaren, dat zich nog net niet onafhankelijk verklaarde. Beide dreven op verkiezingskaartjes als eilanden van globalisering in een zee van ontwakend nationalisme.
Het politieke schouwspel leidde, ook in Nederland, tot het verschijnen van een hausse aan stukken over tweedelingen en filterbubbels, al werden de grenzen daarvan telkens anders getrokken. Waar ligt eigenlijk het land van de ander; en gaat er een bus naartoe?
De toenemende verschillen binnen Nederland hebben nadrukkelijk een ruimtelijke component – maar hebben ze ook een ruimtelijke remedie? Dat is een van de belangrijke vragen waar we de komende tijd voor staan.
De afgelopen jaren werd in het vakgebied vooral de triomf van de stad gevierd. Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht kan ik enkel hopen dat dat geen pyrrusoverwinning zal blijken.