Kleine huisjes

Voor Blauwe Kamer schreef ik de volgende korte column:

Vorige week trok ik door het Groningse Hoogeland. De leegte van het landschap wordt er sporadisch onderbroken door dorpjes die tussen boompartijen schuilen voor de wind. Dorpjes waarvan de fysieke ontwikkeling lijkt gestopt in 1950 en waar je volop kleine huisjes aantreft. Zoals het dorp Kleine Huisjes.
Ooit zijn mijn grootouders door een textielfabrikant uit zo’n Gronings huisje geplukt en met de belofte van werk en een groter huis naar het verre Enschede verscheept. Zouden zij nu jong zijn geweest, dan zouden ze het tegenovergestelde hebben gedaan. Want er is maar één ding dat millennials liever schijnen te willen dan gratis wifi, en dat is klein wonen.
Of het nu in micro-appartementen is of in zelfvoorzienende Tiny Houses – overal wordt de romantiek van de beperking voorgespiegeld. De nieuwe stedeling heeft immers geen eigen ruimte nodig, die ziet de stad als zijn huiskamer en de wasserette als zijn kerk. Dat wordt hem in ieder geval verteld.
Zelf heb ik in Amsterdam ook een aantal jaren in zo’n klein huisje gewoond. Met twee personen in een micro-appartement van twintig vierkante meter. Ik kan daarom volmondig beamen dat klein wonen ook in mij allerlei romantische verlangens aanwakkert. Al was dat vooral naar groter wonen.