Het is crisis. Voor u is dat vooral heel erg vervelend, maar voor mensen die ideeën hebben over de toekomst is het een heerlijke tijd. We zijn in verwarring, we willen een uitweg, en als het even kan een verlosser – en daarom vliegen de toekomstperspectieven ons om de oren. Maar als iemand die de vorige crisis heeft meegemaakt – dat was namelijk nog niet zo lang geleden – ben ik hier om u te waarschuwen. Lieve mensen, hoed u voor de doemdenkers en de charlatans, maar meer nog voor de mensen met goede bedoelingen.

Hoe ziet de wereld er na corona uit? Welnu, dat weet niemand – en precies daarom mag je er in het wilde weg over fantaseren. Zo gaan we volgens Lidewij Edelkoort allemaal weer lekker fröbelen, maar dat lijkt me vooral omdat ze daar zelf heel veel zin in heeft – en het komt zakelijk ook wel goed uit om niet gelijk je eigen gedachtegoed overboord te gooien. Ook anderen berijden volop hun eigen stokpaardjes. De wereld na corona is socialer, kleinschaliger, lokaler klinkt het. Dat de grote ‘winnaar’ van deze crisis tot nu toe Amazon is, lijkt daarbij niemand te deren. En waarom zou het ook, een wenkend perspectief leest zoveel lekkerder, en we willen allemaal wel een beetje opknappen. Het is of dat, of met z’n allen aan de drank.
Tijdens de vorige crisis liep ik stage bij de Gemeente Groningen. Daar werd door iedereen gezegd ‘dat het nooit meer zo zou worden als het was’. Ze bedoelden dat de wereld van stadsontwikkeling voor altijd was veranderd. Er was sprake van een ‘paradigmawisseling’. Grootschalig ontwikkelen was dood, groei bestond niet meer en de toekomst was aan zelf bouwen, tiny houses, moestuinen, en een hele hoop gemeenschapszin. Of dat goede idealen zijn of niet, dat laat ik volledig aan u. Maar het zijn in de eerste plaats dat, idealen. Als brave student deed ik er vrolijk aan mee, maar het begon al snel te knagen. Het was vooral het projecteren van het eigen wereldbeeld op een crisis, wensdenken verpakt als toekomstvoorspelling. Toen de economie aantrok, rolden de luxe wolkenkrabbers en masse van de tekentafels. In die zin hadden ze gelijk gekregen, het zou nooit meer hetzelfde worden – het werd erger.
Nu lijkt me niets mis met het hebben van idealen, ook niet als het op stadsontwikkeling aankomt. Je moet het toch allemaal ergens op baseren, nietwaar. Maar in tijden van crisis zit er ook een gevaarlijke kant aan. Het waren dezelfde idealisten die onder het mom van een nieuwe deeleconomie – in den beginne een linkse idylle – de poorten wagenwijd openzetten voor Uber en AirBnB. Hoe dat is afgelopen, hoef ik u niet te vertellen. Niks geen gemeenschapszin, maar hyperkapitalisme – wie kon dat zien aankomen. Niettemin zou je willen dat het wensdenken niet het kritisch vermogen vertroebelt. Misschien vraagt een crisis in die zin wel vooral om waakzaamheid.
Aan de andere kant van de kamer staan de doemdenkers die u de ondergang voorspellen, zoals Gert-Jan Hospers en Piet Renooy die op gebiedsontwikkeling.nu een perspectief schetsen op de stad na corona. Ze hebben zich, na slechts twee maanden crisis, al laten verleiden tot de uitroep dat ‘de triomf van de stad’ voorbij is. De bruisende stad van weleer wordt een hypochondrische stad, waar de angst regeert. Ze maken daarbij nog wel een voorbehoud hier en daar, maar laten zich in algemeenheid niet weerhouden van het poneren van boude stellingen. Aan hun constatering dat je de toekomst niet kunt voorspellen, zou je ook andere conclusies kunnen verbinden, maar goed, dat is dan misschien mijn persoonlijke voorkeur.
Laten we er maar vanuit gaan dat zowel het doem- als het wensdenken vanuit de beste intenties gebeurt, een enkele opportunist of charlatan daargelaten. Maar wat bij de financiële crisis in 2008 al een onmogelijkheid bleek, is nu helemaal ondoenlijk. Immers, om de toekomst van de stad te voorspellen, zul je eerst op de stoel van de viroloog moeten gaan zitten. Enige bescheidenheid lijkt daarbij dan ook gepast, en vooralsnog lijkt me de voornaamste wens van mensen om zo snel mogelijk terug te keren naar de wereld van gisteren, niet om aan de andere kant van deze crisis als herboren in een nieuwe tijd te belanden.
Toch kan ik de verleiding ook niet weerstaan om me te wagen aan een toekomstvoorspelling. Ik zeg u hier, en u mag me daar aan houden, dat deze coronacrisis de dood is van de stad en de opleving van het platteland. Mensen zullen massaal, in een zoektocht naar rust, reinheid en ruimte, trekken naar wat voorheen de provincie heette. De steden in de Randstad zullen langzaam worden afgebroken en de Amsterdamse grachtengordel wordt een dependance van Batavia Stad. Paradoxaal genoeg zal die trek naar het platteland op afzienbare termijn leiden tot het ontstaan van nieuwe steden, zelfs groter dan de steden die we nu kennen. We zullen terugkijken op Amsterdam als een open riool, de metropool van de toekomst heet Mariaparochie. De koning wordt vervangen door de graaf van Almelo en de officiële voertaal wordt Twents. Dat biedt bovendien ook een betere bescherming tegen virusoverdacht, want je hoeft de helft van de woorden maar uit te spreken.
Mocht dit allemaal niet uitkomen, dan weet u me te vinden. Maar zoals dat meestal gaat met visionairs, neemt u het waarschijnlijk allemaal gretig tot u, maar zult u me er nooit meer aan houden wanneer het toch anders uitpakt. En mocht u dat wel doen, dan zal ik mij verdedigen met de woorden van onze toekomstige minister-president Herman Finkers: iedere man doet in zijn leven weleens dingen waarvan hij achteraf zegt ‘dat had ik anders moeten doen’ – maar ja, weet alles maar eens achteraf.