De nacht van Warschau

Een eenzaam stuk vuurwerk ontplofte voor het Paleis van Cultuur en Wetenschap. Sinds ik in Warschau was aangekomen, had ik mijn blik nauwelijks van het gebouw af kunnen wenden. Vanaf de straat, vanachter de hotelramen, vanuit de metrogangen omhoog komend, overal werd ik gegrepen door het verfoeide wonder van symmetrie, de koortsdroom van een ideaal. ‘s Nachts kroop ik uit bed om de gordijnen open te schuiven voor een laatste blik. Ik voelde me opgelaten, als was het een jongen die ik heimelijk bewonderde. Een schepping waarvan ik elke lijn, elke vlek, elke oneffenheid wilde registreren. In het donker was hij aangelicht, deze nieuwjaarsnacht verschoot hij telkens van kleur.
We stonden voor het hotel, het vroor een graad of tien. Kuba kroop weg in zijn bontkraag. We deelden de laatste slokken wodka. Met verkleumde vingers nam ik een sigaret uit het pakje dat hij me aanreikte. Ik keek hoe hij met een hand een kommetje maakte terwijl hij zijn sigaret aanstak. Hoe hij een eerste trek nam, zijn wangen samentrok, en daarna de rook aan zijn lippen liet ontsnappen. Ik vergat zelf te roken.
Achter het paleis waren vaag de contouren zichtbaar van de skyline die het laatste decennium uit staal en glas was opgetrokken. Een enkele knal weerkaatste tussen de gebouwen en stierf dan weg. Groepjes jongeren slaakten uitgelaten kreten, soms klonk het gerinkel van een lege fles op de straatstenen. Taxi’s schoten over de brede wegen heen en weer.
Rondom ons begon de nacht slachtoffers te maken. Een man hield in zijn armen een vrouw van een jaar of vijftig, haar gezicht bebloed. Twee beveiligers sleepten een dronkelap door de draaideur de lobby binnen, waar vrouwen in galajurken uitgeteld op sofa’s lagen. Hun benen wijd, hun gezichten vertrokken, hun jurken enkel nog een herinnering aan goede voornemens. Het slagveld van het nieuwe jaar, de lobby als veldhospitaal.
Ik nam afscheid van Kuba. Hij verdween in de nacht van Warschau, ik in de lift. Terug op de hotelkamer schoof ik de gordijnen dicht.
Ik nam me voor niet alles te ontrafelen.