De stad zonder belofte

Licht beneveld stapte ik in de metro op Alexanderplatz. Ik had niet eens gekeken welke, ik nam degene die er stond. Ik voelde een opwinding die meer met de stad te maken had dan met de alcohol. Het ondergrondse betonnen doolhof was volgestroomd met nachtmensen, wiens uitgelatenheid tussen de muren weerkaatste als een duivelse lokroep.
De metro bracht me naar Kreuzberg, waar ik wat rondliep. Ik had geen doel, geen bestemming, anders dan hier te zijn; me te voeden aan de belofte van de stad die om mij gevouwen lag, aan mij om te veroveren. Elke gedachte die ik had zou tot werkelijkheid gemaakt kunnen worden. Die belofte van Berlijn werd aan mij gedaan, en kon alleen door mij worden ingelost.
Toen ik na drie maanden vertrok, vroeg ik me nog steeds af hoe.
Iets soortgelijks had ik gevoeld toen ik in Groningen kwam wonen. De belofte van de studentenstad die me zou losweken uit de Twentse grond waarin ik zat vastgeklonken. Ik fietste eens, vlak nadat ik er was neergestreken, in de vroege ochtend van de Korreweg naar Zernike. Al fietsend raakte ik in een uitzonderlijke extase, die me deed lachen als een geestespatiënt. De lucht werd steeds lichter, elke weerstand leek verdwenen – ik zweefde door de stad die me toescheen als een geliefde die bij eerste aanraking de natuurwetten op deed heffen. Later fietste ik de route nog vaak, maar nooit meer met hetzelfde gemoed. Als ik er nu fiets, zie ik nauwelijks iets dat tot lachen stemt. De high van een stad is van tijdelijke aard.
Alleen in Amsterdam bleef ik het voelen, ver nadat ik er mijn bed had opgezet. Daar bleef nog lang elke fietstocht, elke tramrit, elke wandeling een vrijage met de onbegrensde mogelijkheden, die in werkelijkheid aan alle kanten begrensd worden, niet in de laatste plaats door de beperkingen van lichaam en geest.
Onlangs verhuisde ik naar Den Haag. Ik fietste door de stad, laveerde tussen auto’s in de Archipelbuurt, zag de kalende bomen op het Voorhout, en voelde me tevreden. Geen extase, geen allesomvattende ongrijpbare belofte, maar tevredenheid. Misschien, dacht ik, is dit wel hoe het zou moeten zijn. Geen overrompeling, slechts een trage vertedering.