Al meer dan een maand wordt er in heel Polen gedemonstreerd. Tegen een aanscherping van de abortuswet, maar ook tegen de regering. Het zijn vooral jonge mensen die de straat op gaan. Toch is het een Poolse oma die is uitgegroeid tot een van de iconen van het protest. ‘Ik wil jongeren inspireren om hun rechten op te eisen.’


Katarzyna Augustynek kijkt onrustig op haar horloge. Over een halfuur begint er een demonstratie bij het ministerie van onderwijs en ze zit haar tijd met mij te verdoen, in een lege foodhal midden in Warschau waar de stoelen zijn afgezet met een rood lint en we dus maar op een podium zijn gaan zitten. ‘Nog één vraag dan.’ Maar als ze de vraag hoort, besluit ze dat het antwoord te lang zal zijn. Met een kleine hup springt ze van het podium en plooit haar rok. ‘Laten we gaan.’

Babcia Kasia wordt ze liefkozend genoemd, oma Kasia. Ik zag haar voor het eerst op een zondag bij de Heilig Kruiskerk. Het was de vierde dag nadat het Constitutioneel Hof een de facto verbod op abortus had uitgevaardigd. Het waren dagen van grootschalige protesten en die zondag was er bij de kerk een oploop. Een groep demonstranten stond tegenover een groep ultra-katholieke nationalisten, en op de trap van de kerk, ingeklemd tussen de nationalisten enerzijds en een haag van agenten anderzijds, stond een kleine vrouw met grijs haar en een regenboogvlag om haar schouders onverstoorbaar voor zich uit te kijken.

Later zag ik op beelden dat ze vlak daarvoor door de nationalisten van de trap was geduwd, maar gewoon weer terug was gelopen. In de weken erna, toen de protesten in Polen bleven aanhouden, zag ik oma Kasia voortdurend opduiken bij demonstraties. Steevast stond ze in de frontlinie. Ze werd door politie omver gelopen, over straat gesleurd bij een wegblokkade en meermaals gearresteerd, maar het leek haar allemaal niet te stoppen. Toen ze tijdens een protest voor het gebouw van de staatsomroep ingesloten raakte tussen politielinies ontsnapte ze samen met andere demonstranten over een metershoge muur richting een binnentuin. Het leverde haar de bijnaam Ninja Kasia op.

Icoon
Met haar onverschrokken acties is ze een icoon geworden voor de jeugd die op straat is gekomen. Jongeren willen met haar op de foto, ze zingen haar toe tijdens protesten, en op instagram verschijnen tekeningen waarin ze als een superheld wordt afgebeeld. ‘Ik weet niet waarom ik een icoon ben geworden,’ zegt Kasia. ‘Ik doe al jaren hetzelfde, en ik neem nooit iets van mijn acties op, want ik weet niet hoe mijn telefoon werkt.’

Ze demonstreert al vijf jaar op de straten van Warschau, vertelt ze. ‘Heel mijn leven wilde ik dat mijn land democratisch zou zijn. Ik was onderdeel van de oppositie tegen het communisme in de jaren tachtig en daarna heb ik zesentwintig jaar lang meegeholpen om te bouwen aan mijn nieuwe Polen. Maar toen deze regering voor het eerst de democratie begon af te breken door het Constitutioneel Hof onder controle te brengen, moest ik wel protesteren. Ik kon niet anders.’

Sindsdien is ze ‘een meisje van de straat’, zoals ze zelf zegt. Honderden keren ging ze inmiddels naar buiten met een vlag en een protestbord. Soms neemt ze deel aan een mars, soms loopt ze met een groepje activistische ouderen – de Polskie Babcie, de Poolse oma’s – maar vaak is ze alleen. Dan stelt ze zich op in het centrum van Warschau om het gesprek aan te gaan met voorbijgangers. Over de democratie, over de grondwet, over de rechten van vrouwen en minderheden. Soms zijn dat verhitte gesprekken, maar daar deinst ze niet voor terug.

Ook al filmt ze zelf niet, toch gaan haar protesten soms viral. Het was met name haar actie op 10 oktober die de aandacht trok. Bij de maandelijkse herdenking van de Smolenskramp wist ze dichtbij Jarosław Kaczyński te komen, leider van de regerende Recht en Rechtvaardigheid (PiS) en de machtigste man van Polen. Ze hield een protestbord vlak voor zijn gezicht en een paar tellen keek hij verbouwereerd naar het tafereel. ‘Hij snapte niet wat er gebeurde,’ memoreert ze met enige vrolijkheid in haar stem. Een video van het protest werd meer dan tien miljoen keer bekeken en maakte van haar een bekendheid.

LGBT-ideologie
Over zichzelf laat Kasia niet veel los. Als het gesprek op haar leeftijd komt zegt ze ‘laten we doorgaan’. Wanneer haar geloof ter sprake komt, gaat het gesprek al snel weer richting haar activisme. ‘Ik ben katholiek, ik bid graag met mijn rozenkrans, maar naar de kerk ga ik sinds februari niet meer na de onthullingen over kindermisbruik. De laatste keer dat ik naar de kerk wilde, mijn kerk, mocht ik niet naar binnen vanwege mijn activisme. Toen het een andere week toch lukte om binnen te komen, hield een man me de hele tijd in de gaten. Na afloop van de dienst kwam hij naar me toe en zei: je weet hoe je moet zingen, hoe je moet bidden, hoe je je in de kerk moet gedragen. Waarom sta je dan op straat met die homoactivisten?’

Liever praat ze over wat haar drijft. Ze kan niet tegen onrecht, zegt ze. Al op de middelbare school werd ze uit de klas gezet omdat ze weerwoord gaf aan een leraar die denigrerende opmerkingen maakte over prostituees. ‘Ik wil opkomen voor alle soorten mensen die zijn uitgesloten of onderdrukt worden,’ zegt Kasia over haar motivatie. ‘Wij ouderen zijn op een bepaalde manier ook uitgesloten van de maatschappij, vooral oudere vrouwen. Ik vind het daarom belangrijk om ook solidair te zijn met anderen. Niet alleen hier in Polen, maar ook in Wit-Rusland bijvoorbeeld.’

Dit jaar werden LGBT-rechten een belangrijk thema voor haar, vertelt ze. ‘Ik was daar eerder niet zo mee bezig, maar dat veranderde door de campagne van president Duda.’ In de aanloop naar de verkiezingen van dit jaar maakte Duda de LGBT-beweging tot een voortdurend doelwit. Hij sprak over een LGBT-ideologie en noemde die erger dan het communisme. Het was deel van een breder anti-LGBT-klimaat in Polen, aangewakkerd vanuit de regering en de kerk. Eenderde van de steden verklaarde zich de afgelopen jaren een LGBT-vrije zone en de aartsbisschop van Krakau had het over een regenboogplaag.

‘Maar er bestaat helemaal niet zoals als een LGBT-ideologie, LGBT zijn gewoon mensen,’ zegt Kasia fel. ‘Ik ben daar veel over na gaan denken, maar ik kon het niet begrijpen, ik kan het niet begrijpen en ik zal het nooit begrijpen waarom deze mensen worden uitgesloten. Mijn hersenen kunnen dat simpelweg niet bevatten of accepteren.’

In augustus leidde de voortdurende anti-LGBT-retoriek tot een uitbarsting die al de Poolse Stonewall wordt genoemd. De LGBT-activist Margot werd in Warschau gearresteerd wegens vandalisme van een vrachtwagen met homofobe teksten. Demonstranten probeerden haar aanhouding te voorkomen en in de nasleep werden 47 anderen gearresteerd. Grote protesten van de LGBT-beweging volgden. Een week later demonstreerden nationalisten in reactie daarop tegen de zogenaamde LGBT-ideologie. Ze scandeerden homofobe leuzen en staken een regenboogvlag in brand. Oma Kasia was er ook en hield een tegendemonstratie. Een foto waarop ze een vredesteken maakt, met op de achtergrond politie en nationalisten, werd veel gedeeld.

Jongeren
Het was in die periode dat ze op straat veelal jonge LGBT-activisten leerde kennen. Ze begon samen met ze te demonstreren en sindsdien verschijnt ze steevast met een regenboogtas en gewikkeld in een vlag van de Polskie Babcie, eveneens in regenboogkleuren. ‘Toen ik de regenboogvlag begon te dragen, reageerden jongeren ineens heel sterk op me,’ zegt ze. ‘Het raakte ze.’ Steeds vaker demonstreerde ze ook bij andere acties samen met jongeren. ‘Ze accepteren me en daar ben ik heel blij mee, want ik doe dit niet voor mezelf. Ik ga de straat op voor de jongeren. Ik hou van jonge mensen.’ Hoewel ze woedend is op deze regering en de manier waarop ze met de democratie omspringen, wil ze hen niet vertellen wat ze moeten denken of vinden. ‘Ik wil ze alleen inspireren om zelf ook op te komen voor hun rechten. Het is hun toekomst.’

Want de eerste jaren van de PiS-regering waren het vooral wat oudere demonstranten die op straat kwamen tegen de ondermijning van de rechtsstaat en de democratie, zegt Kasia. Maar de afgelopen jaren zag ze hoe de jeugd geleidelijk politiek bewust werd. ‘Jongeren begonnen zich zorgen te maken over hun toekomst. Ze begonnen kwaad te worden, kurwa. Over klimaatverandering bijvoorbeeld, of over de minister van onderwijs die vrouwonvriendelijke en homofobe uitspraken deed. Maar jonge mensen kwamen pas echt in beweging door de voortdurende hetze tegen LGBT vanuit de regering en de kerk en vooral door de uitspraak over abortus, toen het Constitutioneel Hof ineens besliste over hun lichamen.’

De protesten tegen aanscherping van de abortuswet zijn inmiddels meer dan een maand gaande en hebben in toenemende mate een anti-regeringskarakter gekregen. Het is met name de progressieve stadsjeugd die zich verzet tegen de conservatieve regering, de invloed van de kerk en de langzame uitholling van de democratie en de rechtsstaat. Kasia helpt de jonge mensen – en vooral veel jonge vrouwen – die de protesten drijven. ‘Voor velen van hen is het straatactivisme nieuw. Ik vertel ze hoe ze zich moeten gedragen op straat, wat hun rechten zijn. Veel van de jongeren hadden daar geen idee van en hebben dat soms nog steeds niet.’ Ze maakt gebruik van het imago van een babcia vertelt ze. ‘Mensen associëren ons met levenservaring en met wijsheid. Ze vertrouwen en respecteren ons. Daardoor kan ik makkelijk contact maken met jongeren.’ Bovendien wil ze laten zien dat het stereotype van de conservatieve oudere niet altijd klopt.

Arrestatie
Toch beschermt het imago van een babcia haar niet altijd bij demonstraties. Ze werd meermaals bespuugd en uitgescholden door tegendemonstranten, en ook de politie pakt haar steeds harder aan. Begin november werd ze gearresteerd toen ze opnieuw op weg was naar de Smolenskherdenking. Een journalist legde de arrestatie vast. De video was bijna slapstick, een kleine vrouw die de weg wordt versperd door een almaar groeiend leger aan agenten. Ze werd uiteindelijk hardhandig in een politiebus gezet – die ze zelf limousine noemt – waar agenten haar armen en benen met kracht klem hielden. ‘Ik ben zelfs een schoen verloren.’

Toen het nieuws van haar arrestatie zich die dag verspreidde, verzamelden jonge demonstranten – maar ook de andere Poolse oma’s – zich voor het politiebureau om hun steun te betuigen. Na zes uur vast te hebben gezeten, kwam ze weer op vrije voeten. Een gejuich steeg op in de straat. Maar het zou niet de laatste keer zijn dat ze werd opgepakt.

De politie in Warschau grijpt namelijk steeds steviger in bij de abortusdemonstraties. De politie probeert om marsen te voorkomen, intimideert deelnemers door massa-identificatie en dreigt ze met boetes. Officieel onder het mom van de pandemie, maar een meer politieke motivatie lijkt aannemelijk. Afgelopen zaterdag werd Kasia opnieuw gearresteerd tijdens een van de demonstraties. Ze weigerde zich te legitimeren terwijl ze werd omringd door een politiekordon. ‘Het is mijn recht om te demonstreren,’ beet ze de agenten toe, met in haar hand een kopie van de grondwet. Geboeid werd ze afgevoerd. ‘Waarom,’ vroeg ze zich af tegenover een verslaggever. ‘Kan een oudere vrouw van een meter zestig soms meerdere gepantserde mannen uitschakelen?’

Hoewel ze tijdens protesten zonder angst lijkt, is dat toch niet het geval. ‘Tuurlijk ben ik bang,’ zegt ze. ‘En het is soms ook heel vermoeiend. Maar ik ben vastbesloten om door te gaan.’ Wanneer we richting het protest lopen bij het ministerie van onderwijs stopt ze even bij een etalage waarin een paar roze mutsen tentoongesteld staan. Ze schiet in de lach en wijst. ‘Die mutsen zijn een beetje mijn trademark geworden.’

Niet veel later komen we aan bij het ministerie, waar enkele demonstranten zich hebben vastgeketend aan een hek. Er is een overmacht aan politie op de been. ‘Je moet daar niet naartoe gaan,’ voegt ze me toe, terwijl ze kalm haar vlag uit haar tas haalt en een kartonnen protestbord ontvouwt. Een tel later staat ze er zelf middenin, gelijk omringd door een tiental agenten. Van de angst die ze zegt te hebben is geen spoor te bekennen, en onwillekeurig moet ik denken aan een eerdere uitspraak van oma Kasia. ‘Macht zal voorbijgaan, maar grootmoeders blijven.’

Katarzyna Augustynek werkte onder meer als docente Engels en Spaans. Inmiddels is ze gepensioneerd en wijdt ze veel van haar tijd aan straatactivisme.

Alle foto’s werden gemaakt door Mikołaj Kiembłowski.